Lezingen: Architectuurstromingen

Klassieke architectuur

Klassieke architectuur

De oudheid heeft in vele periodes tot de verbeelding gesproken. De heldere indeling, harmonische zuilenrijen, heroïsche tableaus en het gebruik van marmer zijn maar enkele elementen. Zij werd gezien als de ideale stijl voor imposante, statige gebouwen.

In deze lezing kijken we naar haar ontwikkeling. We beginnen met een paar hoogtepunten uit het oude Rome en Griekenland en zien hoe dit vertaald werd in de Renaissance. Denk aan architecten als Michelangelo (1475 – 1564), Brunneleschi (1377 -1446) en Palladio (1508 – 1580). De gulden snede, materiaalkeuzes en opmerkelijke interpraties komen hierbij aan bod.

Maar we kijken verder: ook in de 19e eeuw werden er nog volop neoklassieke gebouwen neergezet. En zelfs tot op de heden vinden we de verwijzingen terug.

Wat is nu de kracht van deze architectuur, wat zijn haar kenmerken en hoe heeft zij de architectuur beïnvloed?  Natuurlijk worden hierbij de hoogtepunten in Nederland niet  vergeten.

<< terug naar overzicht “Lezingen: Architectuurstromingen”.

Meer

Amsterdamse School Architectuur

Amsterdamse School Architectuur

De Amsterdamse School architecten zagen zichzelf als kunstenaars: individuele expressie was dan ook één van de belangrijkste kenmerken. Hun gebouwen van baksteen kenmerken zich door de vele erkers en torentjes, glas-in-lood ramen, decoratief gebruik van smeedwerk en bijzondere metselverbanden.

Verder waren zij sterk idealistisch: zij geloofden dat mooie, goed ontworpen architectuur kon bijdragen aan het geluk van de mensen die hun gebouwen gebruikten. Dit komt ook tot uiting in de vele woningbouw die zij hebben gerealiseerd, welke mede het gevolg was van de Woningwet uit 1901.

In deze lezing behandelen we de belangrijkste werken, zoals diverse woningbouwprojecten, waarbij Het Schip (Amsterdam, 1917-21) van Michel de Klerk een hoogtepunt is. Ook meer flamboyante werken zullen aan bod komen, zoals het  Scheepvaarthuis (diverse architecten, Amsterdam, 1913-16 en 1926-28) en Park Meerwijk (diverse architecten, 1917-18) in Bergen NH. Natuurlijk is er ook aandacht voor de vele bruggen en prachtig ontworpen straatmeubilair.

<< terug naar overzicht “Lezingen: Architectuurstromingen”.

Meer

Art Nouveau & Art Deco Architectuur

Art Nouveau & Art Deco Architectuur

De Art Nouveau stroming ontstond tussen ca 1890 en 1910. Men wilde een architectuur die paste bij de veranderde maatschappij.

Als gevolg van de industrialisatie, de toegenomen stedelijkheid, de hang naar ambachtelijkheid en de zoektocht naar zelfexpressie, zien we dat overal in Europa deze nieuwe vorm van architectuur opkwam. Art Nouveau geheten in Frankrijk en België, Jugendstil in Duitsland, Wiener Secession in Oostenrijk en Catalaans Modernisme in Spanje. De ene stijl is meer floraler, de andere meer strakker, maar allen hebben gemeen dat het leidde tot een verassende, sterk decoratieve architectuur met een groot gebruik van nieuwe materialen als smeedijzer, grote glaspartijen en ambachtelijke decoratie als mooi gesneden houtwerk en tegeltableau’ s. Niet alleen het exterieur werd zorgvuldig vormgegeven, ook het interieur inclusief het meubilair werd aandacht aan besteed: een gebouw werd een gesamtkunstwerk.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam een volgende stroming op: De Art Deco. Deze stroming heeft haar hoogtepunt in de jaren van het interbellum en was niet alleen in Europa zichtbaar, maar was ook sterk vertegenwoordigd in de VS.  Nu juist strakke vormgeving, geometrische patronen, luxe moderne materialen en invloeden van exotische culturen als de Azteken. Art Deco werd een eerbetoon aan de nieuwe tijd: snelheid, reizen en het grote kapitaal.

In deze lezing staan we stil bij het gedachtegoed van beide stromingen en behandelen we vele hoogtepunten, zowel in eigen land als daarbuiten. Van Haarlem naar Wenen, met een uitstapje naar het Barcelona van Gaudí, om uiteindelijk via spectaculaire filmhuizen in Amerika uit te komen bij haar spraakmakende wolkenkrabbers in Art Deco stijl, waarvan het Chryslergebouw (William van Alen, New York City, 1930) wellicht het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld is.

<< terug naar overzicht “Lezingen: Architectuurstromingen”.

Meer

Bauhaus

Bauhaus

Het Bauhaus was één van de meest invloedrijke scholen voor architectuur en design aan het begin van de 20e eeuw.

Opgericht door de architect Walter Gropius in het Duitse Weimar in 1919, ging men ervan uit dat het creëren van een mooiere omgeving kon leiden tot een betere maatschappij. Hierbij was het belangrijk dat het onderscheid tussen ambachten en kunst zou wegvallen: alle disciplines moesten verenigd worden tot één Gesamtkunstwerk. Dat dit einddoel weerspiegeld zou worden in architectuur, spreekt al uit de naam. Zo hebben onder ander de kunstenaars Paul Klee (1879 – 1940) en Wassily Kandinsky (1866 – 1944) hun eigen huizen gebouwd.

Omdat ook experimenteren met de nieuwste materialen voorop stond, zien we dat het Bauhaus in haar korte bestaansperiode verschillende stijlen heeft ondergebracht.

In 1933 werd het Bauhaus gesloten door de Nazi’s maar haar gedachtegoed zou nog decennia lang invloed uitoefenen. Verschillende prominente architecten vertrokken naar de VS, waar hun ideeën en werk verder invloed uit zouden oefenen (O.a. Mies van der Rohe, Marcel Breuer en Walter Gropius). Ook in andere landen verschenen wijken volgens de Bauhaus ideeën, o.a. in Tel Aviv.  Deze lezing gaat over de ideologie van het Bauhaus, haar belangrijkste architecten en haar wereldwijde invloed.

NB: Deze lezing kan aangepast worden aan uw persoonlijke smaak. Zo kan de lezing alleen over het Bauhaus gaan en haar invloed, maar ook gecombineerd worden met De Stijl beweging (1917-1931) in Nederland. 

<< terug naar overzicht “Lezingen: Architectuurstromingen”.

Meer

Modernisme: less is more

Modernisme: less is more

Het Modernisme, ook wel Functionalisme of Internationale Stijl genoemd, was een belangrijke architectuurstroming tussen 1925-1960.

Uitgaande van het principe ‘Form follows Function’ (uitspraak Louis Sullivan) moest de vormgeving van een gebouw voortkomen uit de functie en werd ornamentiek als overbodig gezien. Dit wordt ook duidelijk uit een andere beroemde uitspraak: ‘Less is More’ (uitspraak Mies van der Rohe): met een minimum aan materialen gebouwen met een maximale zeggingskracht creëren. We zien bij deze architectuur dan ook het gebruik van toen nog moderne materialen als gewapend beton, staal en glas, heldere kleuren en perfectie in uitvoering. Dit alles zou moeten leidden tot ‘gezonde’ gebouwen met volop licht, lucht en ruimte. 

We kijken naar haar idealistische ideeën en de liefde voor industrialisatie en zien het werk van internationale grootmeesters als Mies van der Rohe (1886 – 1969) en Le Corbusier (1887 – 1965), die het huis als een woonmachine zag. Daarnaast komen vroge voorbeelden als de Weissenhofsiedlung (Stuttgart, 1927) en de daaruit voorkomende CIAM (Congrès internationaux d’architecture moderne beweging aan bod. Natuurlijk zullen we ook enkele Nederlandse voorbeelden behandelen: De Van Nelle Fabriek (Rotterdam, 1931) en het Sonneveld huis (Rotterdam 1933) van Brinkman & Van der Vlught en de Eerste Openluchtschool voor het Gezonde Kind (Amsterdam, 1930) en Zonnestraal (Hilversum, 1931) van Duiker.

<< terug naar overzicht “Lezingen: Architectuurstromingen”.

Meer

Postmodernisme: ‘less is a bore’

Postmodernisme: ‘less is a bore’

Het postmodernisme was een reactie op het modernisme en had haar bloeiperiode in de jaren 1960-2000. Al wordt er ook tegenwoordig nog postmodernistisch gebouwd.

Het modernisme met haar credo ‘Less is More’ (Mies van der Rohe) is in de ogen van architecten die postmodernistisch bouwen te zakelijk en emotieloos. Industrialisatie, standaardisering, gebouwen die overal ter wereld hetzelfde eruit zien: het levert geen goede architectuur op. Elk gebouw moet uniek zijn, de gevoelens van de ontwerper weergeven en als het even kan ook gevoelens bij de beschouwer oproepen. Bij het ontwerpen maken ze gebruik van vele verschillende stijlen, materialen en kleuren, alles kan. Zo zien we vaak verwijzingen naar de locatie, niet zelden op een speelse manier. De geestelijk vader van het postmodernisme was de Amerikaan Robert Venturi die de beroemde uitspraak ‘Less is More’ vertaalde naar ‘Less is a bore’ en stil stond bij de toenmalige nieuwe reclamearchitectuur: gebouwen als uithangbord.

Verder komen vele visionaire projecten aan bod, onder andere van Robert Venturi, Frank Gehry (o.a. Guggenheim Bilbao, 1997), Piet Blom, Sjoerd Soeters, Michael Graves, Alessandro Mendini en Coop Himmelb(l)au. Laatste twee werkten samen met Michele de Lucchi en Philippe Starck aan het Nederlandse pronkstuk van het postmodernisme: het Groninger museum (1994).

<< terug naar overzicht “Lezingen: Architectuurstromingen”.

Meer

Functionalisme in Nederland

Functionalisme in Nederland

Het Functionalisme, in Nederland vaak het Nieuwe Bouwen genoemd, was een belangrijke architectuurstroming tussen 1925-1960.

Meer